Veelvoorkomende mythes

“Zien is niet altijd begrijpen.”

Hoewel er steeds meer bekendheid is over autisme, bestaan er nog veel misverstanden. Deze mythes doen niet alleen onrecht aan autistische mensen, maar kunnen ook leiden tot verkeerde verwachtingen, uitsluiting of gemiste diagnoses. Tijd om ze stuk voor stuk te ontkrachten.

Voor mij betekende het jarenlang leven met aannames over autisme dat ik mezelf voortdurend moest uitleggen, terwijl mijn innerlijke ervaring totaal anders was dan wat men verwachtte.

Mythen en de realiteit

Mythe 1: Autistische mensen hebben geen empathie
Empathie is complex: er is cognitieve empathie (het herkennen van emoties bij anderen) en emotionele empathie (meevoelen). Veel autistische mensen scoren laag op het eerste, maar juist hoog op het tweede. Ze voelen vaak zelfs té veel, maar raken overweldigd omdat ze het niet goed kunnen plaatsen.

Mythe 2: Autistische mensen zijn allemaal hetzelfde
Autisme is een spectrum. Ieder mens met autisme is uniek, met een eigen mix van talenten, uitdagingen, voorkeuren en copingstrategieën. Eén persoon representatief maken voor “de autist” is net zo vreemd als denken dat alle linkshandige mensen op elkaar lijken.

Mythe 3: Autisten zijn niet sociaal of willen geen contact
Veel autistische mensen willen juist contact, maar vinden het moeilijk om dit op een manier te doen die anderen verwachten. Ze missen soms ongeschreven sociale regels of raken snel uitgeput door sociale prikkels. Dat wil niet zeggen dat ze geen behoefte hebben aan verbinding.

Mythe 4: Autisme is iets voor kinderen
Autisme stopt niet bij 18 jaar. Veel volwassenen ontdekken pas laat in hun leven dat ze autistisch zijn, vaak na jaren van misdiagnoses of onbegrepen klachten. Autisme verandert over tijd, maar het blijft altijd onderdeel van wie je bent.

Mythe 5: Autisme is een speciale gave of ‘genie’
Hollywood houdt van het ‘autistische genie’ beeld zoals in Rain Man, maar dit is de uitzondering, niet de regel. Sommige autistische mensen hebben bijzondere talenten, maar de meeste hebben een mix van sterktes en zwaktes, net als iedereen.

Mythe 6: Je kunt autisme aan iemand zien
Veel mensen leren om zich aan te passen: ze kopiëren gedrag van anderen, onderdrukken impulsen en proberen ‘normaal’ te lijken. Dit noemen we maskeren. Het kost ontzettend veel energie en is vaak onzichtbaar voor de buitenwereld.

Mythe 7: Vrouwen krijgen geen autisme
Vrouwen en meisjes worden vaak niet herkend, omdat hun autisme anders tot uiting komt. Ze passen zich sociaal aan, camoufleren gedrag en vallen daardoor minder op, soms tot ver in de volwassenheid.

Mythe 8: Autisme komt door vaccins of slechte opvoeding
Deze mythe is hardnekkig en gevaarlijk. Vaccins veroorzaken géén autisme. Autisme is aangeboren, met een neurologische basis. De oorzaak ligt niet bij ouders of in de opvoeding.

Mythe 9: Een diagnose betekent dat je niets kunt bereiken
Autistische mensen zijn wetenschappers, kunstenaars, schrijvers, politici en ondernemers. Een diagnose is geen eindstation, maar een startpunt voor zelfinzicht en passende ondersteuning.

Mythe 10: Als je sociaal bent of oogcontact maakt, kun je geen autisme hebben
Veel mensen hebben geleerd wat ‘hoort’, zoals oogcontact maken, maar dat betekent niet dat het vanzelf gaat. Sociaal gedrag kan worden aangeleerd, maar dat zegt niets over de innerlijke ervaring.

Wat we moeten onthouden

  • Autisme is een spectrum; geen twee mensen zijn hetzelfde

  • Empathie, sociale vaardigheden en talenten variëren sterk

  • Maskeren en aanpassing maken autisme vaak onzichtbaar

  • Mythen leiden tot misverstanden en vertraging in erkenning en diagnose

Voor mij betekende het begrijpen van deze mythes dat ik mezelf eindelijk kon zien zoals ik ben, zonder te voldoen aan andermans verwachtingen.

Wetenschappelijke context

  • Hull et al., 2017 – Maskeren en sociale aanpassing bij autisme

  • Milton, 2012 – Dubbele empathieprobleem

  • Maenner et al., 2023 – Prevalentie autisme

  • Lai et al., 2015 – Vrouwen en meisjes op het spectrum

  • American Psychiatric Association, 2013 – DSM-5 criteria voor autismespectrumstoornis